Interview

Ontwerper John Pasche over zijn Stones-logo: “Ik wist meteen, deze rebelse twist is het”

Vijftig pond. Dat is wat John Pasche in 1970 betaald krijgt het ontwerp van Tongue & Lips, het wereldberoemde bandlogo voor The Rolling Stones. “Mick Jagger en ik waren gewoon twee kerels van mid-twintig die over kunst en fotografie zaten te ouwehoeren.” Toch zijn niet Jaggers lippen die we zien, verzekert de ontwerper. Maar wat dan wel? En wat heeft Andy Warhol daarmee te maken?

Of er niet een begaafde student is die een poster kan ontwerpen voor de aanstaande Europese tournee van de band, dat is de vraag van The Rolling Stones-management aan Royal College of Art, in 1970 en nu nog steeds de meest vooraanstaande kunstacademie van Engeland. Het is vervolgens Mick Jagger die hoogstpersoonlijk zijn goedkeuring geeft aan John Pasche, een eindexamenstudent grafisch ontwerp. “Ik kreeg het telefoonnummer van Mick Jagger met opdracht om een afspraak te maken. Ik dacht: ik word beetgenomen”, lacht Pasche aan de telefoon vanuit zijn werkkamer in Londen. Echt vlot verloopt de afspraak evenmin. “Mick keurde de schetsen af die ik had meegenomen. Hij zei nog wel: Ik wéét dat jij kunt beter, John. Maar ik dacht, daar hoor ik niks meer van.” Een maand later hangt Jagger weer aan de lijn. Of hij al wat kan zien? Nog datzelfde jaar toeren The Rolling Stones met Pasche’s poster, die is geïnspireerd op reisaffiches uit de jaren dertig. “Mijn eerste betaalde opdracht.”

Niet veel later wordt Pasche weer ontboden bij Jagger thuis. Of hij een idee heeft voor een logo voor het eigen platenlabel dat The Rolling Stones willen starten. “Vanaf dat moment sprak ik alleen nog met Mick.” De twee kunnen goed overweg. “Want weet je, we waren gewoon twee kerels van mid-twintig die over kunst en fotografie zaten te ouwehoeren. Mick wist duidelijk wat hij wilde en gaf mij twee referenties. Een was het logo van Shell. Een eenvoudig maar pakkend beeld, dat vond hij geweldig. Maar Mick liet ook over een poster zien van de Indiase god Kali die hij had geleend uit een cornershop bij zijn huis in Chelsea.” Pasche ziet er niks in. “Het was destijds zo hip om Indiase kleuren en letters te gebruiken. Iederéén in London deed het. Ik dacht: dat blijft maar even leuk.” Wat hem wel ter plekke aanspreekt is de puntige tong uit Kali’s mond. “Je tong uitsteken, dat heeft iets anti-autoritairs. Maar het heeft ook iets sensueels. Ik wist meteen, deze rebelse twist is het.”

Sympathy for the devil

Pasche werkt er amper twee weken aan, grotendeels in de avonduren. “Het zou aanvankelijk alleen gebruikt zou worden voor briefpapier, catalogi en misschien het ronde label op de langspeelplaten. Daarom was de briefing ook beperkt tot een stand alone illustratie die zowel klein als groot direct herkenbaar moest zijn.” Het is die stilistische eenvoud gekoppeld aan de catchy symboliek waardoor dit onweerstaanbare ontwerp zich – net als de riff van No Satisfaction – direct in je brein nestelt. En dan te bedenken dat het bijna uitsluitend gebruikt zou worden als een eyecatcher in de zakelijke Stones-correspondentie.

Pasche maakt van de lange puntige tong in het Hindoestaanse godengezicht een rode en volle mond, eerder geladen met sexappeal dan een duivels statement. Jagger is direct om. Ondanks diens bemoeienis is het ontwerp dus niet gebaseerd op een gelijkenis met de zangers voluptueuze lippen. Die associatie wordt pas in de daaropvolgende jaren gelegd. Iets waar Pasche zich overigens stilzwijgend bij neerlegt. “Iedereen smulde immers van dat idee. Daarbij, enige gelijkenis er is ook wel”, zegt hij met onderkoeld humor en Queen’s English accent bovendien.

Maar dan is daar dus Andy Warhol. De Amerikaanse kunstenaar is gevraagd voor de hoes van het album Sticky Fingers (1969). Warhols hoesontwerp is een brutale foto van een mannenlijf in strakke spijkerbroek met wellustige bobbel en – heel bijzonder – een werkende rits van metaal. Pasches illustratie wordt gekozen voor de binnenhoes, die dan al een steeds prominentere status in het artwork heeft, vaak met vermelding van songtitels en credits. “Daarom denken veel mensen nog steeds dat de tong door Andy Warhol is ontworpen”, verklaart Pasche. “Plus dat mijn ontwerp inderdaad de looks van popart heeft. Ik had in 1968 een expositie van Warhol gezien in London en zoals elke student grafisch ontwerp in die tijd was ik een groot fan van zijn werk.”   

Che Guevara

Toch is het niet Pasches originele ontwerp dat wereldwijd wordt opgepikt door het succes van Sticky Fingers (alom beschouwd als het beste Stones-album ooit). “De binnenhoes was nogal een haastklus dus ik moest mijn ontwerp doorfaxen naar het kantoor van de platenmaatschappij in New York. Maar de fax was grijzig en grofkorrelig. “Het oogde als een schets. Daarom maakte de art director van de platenmaatschappij daar de tong smaller, legde een witte accent op de tong en voegde een zwart keelgat toe. “Deze aangepaste versie werd gebruikt voor de Amerikaanse release van het album. De rest van de wereld zag mijn ontwerp.” Overigens is de enige platenhoes die John Pasche voor de Rolling Stones zou ontwerpen Goat Head’s Soup (1973).

Goat Head’s Soup (1937), de enige lp-hoe die John Pasche voor de Rolling Stones zou ontwerpen

Op de kop af vijftig jaar later is Tongue & Lips – of ‘de tong’ zoals Pasche zelf zegt – zonder twijfel het bekendste en ook meest waardevolle bandlogo ooit. Afgaande op de inkomsten uit merchandise wordt de marktwaarde ervan geschat op een half miljard euro; de bijdrage aan het lucratieve rebels imago van The Stones is daarin niet eens verrekend. Het prijkt op T-shirts, asbakken, damesslipjes (uiteraard) en sinds kort ook mondkapjes, wat er dan weer bijzonder geestig uitziet. Door de vooraanstaande Britse krant The Independent werd ‘de tong’ verkozen tot het beroemdste T-shirt logo ooit, nog voor Che Guevara, de smiley en het Hard Rock Cafe. “Die vijftig pond was zelfs voor die tijd al krenterig”, lacht de nu 75 jarige ontwerper. Voor mijn toerposter kreeg ik al 200 pond.”

Gesigneerde schets van Tongue & Lips

Weliswaar ontvangt hij later nog een bonus van 200 pond en vanaf 1976 tot 1982 royalty’s. Maar dat jaar moet hij zijn copyright min of meer gedwongen afstaan voor 26 duizend pond. “Mijn advocaat zei dat ik een eventuele rechtszaak kon verliezen, omdat The Rolling Stones na al die jaren gebruiksrecht had verworven. In dat geval zou ik ook voor hun advocaatkosten moeten opdraaien en die enorm zouden zijn.” Pasche kiest eieren voor zijn geld. Inmiddels zijn deze plooien glad gestreken. Ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van het logo heeft het Stones-management hem toestemming gegeven om gesigneerde schetsen van zijn ontwerp te verkopen. “De enige voorwaarde is dat ze handgeschilderd moeten zijn. Ze willen er blijkbaar toch zeker van zijn dat de aantallen niet te groot worden haha.” De originele ontwerptekening hangt in het Victoria & Albert Museum.

Pink Floyd

Dat The Rolling Stones decennialang consequente dezelfde bezetting en muzikale koers hadden, zijn doorslaggevend geweest voor het succes van zijn logo, meent Pasche. “Het is vijftig jaar feitelijk de enige constante geweest in de wisselende visuele stijlen van de band.” Inmiddels is ‘de tong’ niet meer een melkkoe maar een reddingsboei waaraan The Rolling Stones B.V. zich vastklampt. De huiden worden rimpeliger, de stembanden stroever. Maar het logo blijft fris. Hou ouder het wordt, hoe jonger het oogt zelfs. Het staat voor iets wat feitelijk niet meer bestaat, ook voor de maker ervan. “Het herinnert mij vooral aan mijn opwindende academiejaren. Een jaargenoot werkte op de tekentafel naast mij aan de hoes van Dark Side Of The Moon van Pink Floyd, je weet wel, met die lichtbundel die door een prisma uiteen breekt in een kleurenboog. Stel je voor, twee zulke iconische beelden uit de popgeschiedenis die tegelijkertijd op amper een paar meter van elkaar werden gemaakt.” 

Hoewel Pasche financieel nooit het volle pond heeft gekregen, heeft het logo hem veel gebracht. Zo werkt hij jarenlang als art director voor diverse platenmaatschappijen waar hij hoezen voor The Stranglers en Fischer Z ontwerpt. “Of een band beroemd is, maakt mij niet uit. Ik wil wel een klik voelen met hun muziek.” Zoals hij dat ook met The Rolling Stones had. “Ik had ze al eens gezien toen ze nog niet wereldberoemd waren. Toen vond ik ze al wild.” Hoewel hij de pensioengerechtigde leeftijd al ruimschoots is overschreden, werkt Pasche nog steeds als ontwerper. “Ik heb zojuist de advertenties, posters en andere promotie afgerond voor een serie klassieke concerten in Kew Botanical Gardens in Londen. Ik ben van rock ‘n’ roll opgeschoven naar de hogere cultuur.”

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *