LONGREAD Satyendra Pahkalé: “De toekomst is maakbaar. Maar niet zonder design.”

Wanneer begint de toekomst? Of is de toekomst al begonnen? Maar vooral: hoe kunnen we de toekomst begrijpen? Het is niet eenvoudig om vast te stellen wanneer de toekomst begint. Laat staan hoe die toekomst eruit zal zien. Voor de meeste mensen is het ver weg, iets vaag, iets onbekends, vaak iets onzekers. Daarom roept het idee van de toekomst bij veel mensen angst op. Dat hoeft niet. Aldus de Indiaas-Nederlandse ontwerper Satyendra Pakhalé.

Het Zweedse model

Design gaat fundamenteel over de toekomst. De nieuwe mogelijkheid, een alternatieve realiteit die hopelijk menselijker, zintuiglijker en vooral rechtvaardiger zal zijn. Ongeacht de huidige kortzichtige visie van veel wereldleiders, is het verhaal van de mensheid het verhaal van optimisme. Ik zou graag willen herinneren wat de wonderbaarlijke alleskunner R. Buckminster Fuller zei: “De beste manier om de toekomst te voorspellen, is door deze te ontwerpen.” Een toekomst die menselijk en rechtvaardig is uiteraard. Op naar een nieuwe toekomst – met design als richtingaanwijzer.

Voordat we daarmee beginnen, is het goed om eerst naar het verleden kijken. In ons geval naar de vorige pandemie, de Spaanse griep van 1918-1919. En dan niet met politiek vergezichten of medische wetenschap maar met een klein, menselijk verhaal. De Zweedse stad Östersund werd zwaar getroffen door deze griep door de grote sociale ongelijkheid aldaar. De plaatselijke krant Östersunds-Posten maakte al snel een stap van het louter rapporteren over de pandemie naar het helpen organiseren van noodhulp, van het publiceren van smeekbeden voor voedsel, kleding en geld tot het aanbieden van zijn kantoren als opslagruimte. Mensen van verschillende politieke kleur en voorkeur begonnen samen te werken in de stad die anders werd verscheurd door de klassenverdeling van de vroege industriële samenleving.

De Zweedse staat zelf bleef tijdens deze crisis in gebreke. Maar de pandemie vormde wel de aanzet tot van wat wij nu kennen als de Zweedse welvaartsstaat, waarin sociale kwesties als huisvesting, ziekenzorg collectief worden geregeld. Het is duidelijk dat de datum van aanvang van het welzijnsbeleid en de gebeurtenissen in de herfst van 1918 een rechtstreeks verband hebben. Een eeuw later is Östersund misschien wel de uitgelezen plek om de resultaten van het veelgeprezen sociale model van Zweden te zien. Het is tenslotte de mooiste en rijkste land ter wereld.

De onvervulde belofte van modernisme

Tijdens de eerste decennia van de 20e eeuw zag de wereld er heel anders uit. Over de openbare gezondheidszorg werd niet echt nagedacht. De levensomstandigheden van de massa maakte haar vatbaar voor besmetting en infecties. De pandemie eiste wereldwijd 100 miljoen levens. Over het algemeen leed de minder welvarende bevolking het meest, al bleef uiteindelijk niemand gespaard. Zweden liep wellicht voorop maar stond zeker niet alleen in deze sociale verandering. Vanaf de jaren 1920 introduceerden de meeste Europese regeringen het concept van gesocialiseerde universele gezondheidszorg voor iedereen en de Europese landen kregen de vorm die zij nu nog hebben. Wat weer van invloed was op architectuur en design. De basisprincipes van de moderne architectuur – met zijn obsessie voor witte kleur, grote ramen, platte daken, terrassen en balkons die lucht en licht naar binnen brengen – is een directe reactie op de pandemie en andere ziekten die verband houden met het milieu, zoals tuberculose, een eeuw geleden. Deze modern(istisch)e architectuur heeft tot op de dag van vandaag het leven in het grootste deel van het verstedelijkte deel van de wereld gevormd.

Modernistische architectuur – Villa Zonnestraal, Hilversum
FOTO Wikicommons

Inmiddels weten we dat het modernisme zijn belofte niet heeft kunnen vervullen – helaas. Te vaak is het gebruikt voor een politieke agenda, zowel door het Westen en opkomende democratieën als India maar ook het Oostblok, China en bijvoorbeeld de dictaturen in Brazilië. En nu, een eeuw na de Spaanse griep, staat de wereld opnieuw op een kruispunt. Net als tijdens de vorige pandemie en de daaropvolgende hygiënisch architectuur met fris licht en open ruimtes, is het ook nu weer tijd om weer een nieuw, optimistisch perspectief te creëren.

Een positieve transformatie

Ontwerpers moeten mogelijkheden creëren om mensen aan te moedigen om samen te zijn, en een gevoel geven erbij te horen. Verbinden. Dat kan met architectuur en producten die de sociale cohesie en gelijkheid versterken. Dat het mogelijk moet zijn, heeft de geschiedenis reeds bewezen. We zouden de rol van design moeten onderzoeken bij het bevorderen van de samenhang. En dan niet als ‘liefdadigheid’ maar als een holistische versterking van een collectief welzijn waarmee een harmonieus en vreedzaam samenleven op de lange termijn wordt gewaarborgd.

Design moet niet het resultaat van de samenleving zijn maar juist de vormgever ervan. Een instrument dat mensen in staat stelt om zelfstandig en weloverwogen keuzes te maken over hoe ze hun leven inrichten. Het geeft ons een doel en een richting – zowel als collectief als individueel.  Ontwerpen betekent dan ook fundamenteel veranderen, verbeteren, nieuwe mogelijkheden zien en deze werkelijkheid maken.

Design is niet het resultaat van de samenleving, maar juist de vormgever ervan.

Nu de tegenslagen in de samenlevingen duidelijker zijn geworden met de huidige pandemie, is dit een kans om te proberen er iets aan te doen. De huidige tijd zou een van die zeldzame kansen in de geschiedenis van de mensheid kunnen zijn om, laten we zeggen, ‘een positieve transformatie’ te creëren. De toekomst is inderdaad al begonnen. Wat ons uitgelezen kansen biedt. De vraag is daarom: hoe gaan we die toekomst ontwerpen?

Van kantoor naar collectieve deelruimte

Tot nu toe zijn steden en stedelijke ruimtes ontworpen met een scheiding tussen wonen en werken. We moeten terugkeren naar een pre-industrieel idee van werken en leven op een enkele plek of gemeenschap. Er zal een ander type stad ontstaan, waar de openbare ruimte een nieuwe fantasierijke, recreatieve en werk-gerelateerde functie heeft. Straten worden teruggewonnen als openbare ruimte, niet alleen voor privé- en openbaar vervoer, maar ook voor openbaar gebruik. Kantoren en werkplekken zullen evolueren tot een gemeenschappelijke voorziening, in gebruik als cultureel centrum, stadslandbouw of andere gemeenschappelijke ruimtes.

We moeten terugkeren naar een pre-industrieel idee van werken en leven op een enkele plek of gemeenschap.

Deze transformatie is mogelijk door nieuwe technologie en innovatieve materialen en productie. Daarbij kan gedacht worden aan architectuur met natuurlijke ventilatie, handsfree digitale en analoge technologie maar ook slimme en betaalbare woningen in stadscentra. Het interieur van een huis wordt als een eeuw geleden weer fris en schoon. In deze onberispelijk ingerichte ruimte worden geen schoenen gedragen. De entree is een ontsmettingszone om tassen en kleding achter te laten. In sommige verstedelijkte delen van de wereld is hiervan al een voorbode te zien.

Design als ‘deur’ naar een nieuwe wereld

De geschiedenis heeft ons geleerd dat deze ontwikkeling alleen duurzaam is als er rechtvaardige en eerlijke kansen zijn voor iedereen. De huidige wereldwijde crisis gaat daarom in de eerste plaats over menselijke waardigheid. Niemand is echt veilig, tenzij we voor alle lagen van de samenleving zorgen, met name de economisch en sociaal gemarginaliseerde mensen. Denken aan design en zijn bijdrage aan de mensheid en denken aan de toekomst – betaalbare huisvesting en het verbeteren van de hygiënische en leefomstandigheden van alle wezens – is opnieuw een primaire noodzaak.

Het is de moeite waard om het urgente inzicht van de beroemde auteur Arundhati Roy aan te halen: “Historisch gezien hebben pandemieën mensen gedwongen te breken met het verleden en zich hun wereld een nieuwe voor te stellen. Deze pandemie is niet anders. Het is een portaal, een deur, tussen de ene wereld en de volgende. We kunnen ervoor kiezen om er doorheen te lopen, de karkassen van onze vooroordelen en haat, onze gierigheid, onze databanken en dode ideeën, onze dode rivieren en rokerige luchten achter ons aan slepend. Of we kunnen er licht doorheen lopen, met weinig bagage, klaar om ons een andere wereld voor te stellen. En klaar om ervoor te vechten. “

Design kan ons daarbij helpen.

Dit essay werd eerder gepubliceerd in Living Etc Magazine in  India. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *